HOME

This article has been selected to be included in the Congress Scientific Program of the
27th ICOH International Congress on Occupational Health
Iguassu Falls, Brazil, February 23-28, 2003

Burnout, Emotional Exhaustion Syndrome (EES), uitputtingssyndroom met depressiviteitskenmerken.

Burnout is een stoornis die meestal in de derde levensfase debuteert en wordt gekenmerkt door gevoelens van uitputting van lichaam, geest en ziel. Vaak ontstaan in een periode van extreme stress, na life events of gebeurtenissen die kort na elkaar plaats gevonden hebben zonder dat er een fase van herstel heeft kunnen optreden. Afgaande op levensgenoten en collega's reageert de betrokkene vermoeid en lusteloos. Er heeft een dissociatie tussen verstand en gevoel (linker en rechter hersenhelft) plaats gevonden. Kenmerkend is dat angst en depressiecriteria niet van toepassing zijn op dit ziektebeeld. Het betreft een klinische diagnose die niet vervangen kan worden door een gedragsvragenlijst of psychologische test, deze laatsten dienen slechts een indicatief doel. De ICD-10 workrelated neurastenia komt goeddeels met het EES overeen echter niet alleen het werk maar het specifiek niet meer kunnen voldoen aan de eisen die het leven, gezin en werk of de werkeloze situatie (disbalans tussen hebben, doen en zijn) van de betrokkene verlangen speelt de belangrijkste rol in het ontstaan van dit beeld. Vaak zijn het een gebrek aan tijd, structurele regelmogelijkheden, zelfreflectie en zelf analytisch vermogen die aan de basis van het ontstaan van dit syndroom hebben gestaan. Aet.
De persoonlijkheidskenmerken van de getroffenen kunnen worden samengevat als licht narcistisch, perfectionistisch en in veelal niet gericht op het zoeken van sociale steun. Een actieve copingstijl: Niet zeuren maar doorgaan staat voorop in het coping mechanisme. Het valt op dat dit vaak de enige stijl van coping soms in combinatie met een palliatieve stijl (ref. UCL).
Het klinisch beeld wordt gekenmerkt door een langzaam ontstaan (onset) van dit beeld er is subjectief en objectief een verminderd functioneren ten aanzien van de eis van de omgeving en dit gaat gepaard met vermoeidheidsverschijnselen die niet somatisch (viraal) of psychiatrisch (depressiviteit) verklaard kunnen worden. Opvallend is dat er sprake is van zowel geestelijke als lichamelijke vermoeidheid. Spierpijn wordt vooral veroorzaakt door het voortdurend onbewust aanspannen van de willekeurige musculatuur en deze moet dan ook geïnterpreteerd worden als een natuurlijk maar niet adequaat afweermechanisme. Soms staat hoofdpijn vooral vanuit de schouders en nek centraal in het beeld deze hoofdpijn gaat niet gepaard met misselijkheid of braken en reageert niet of nauwelijks op medicatie. Typisch is dat deze hoofdpijn niet gerelateerd is aan perioden van de dag bepaalde inspanning of ontspanning. De soms optredende duizeligheid en dyspepsie zou veroorzaakt worden door een vaso vagale reactie op ervaren stress. Psychisch imponeert het beeld door een toegenomen cynisme, prikkelbaarheid en pessimisme over de toekomst.
Risicogroepen moeten gezocht worden met name in de gezondheidszorg, de dienstverlenende sector en het onderwijs.
De prognose is bij vroeg ingezette therapie gunstig. De behandeling dient er op gericht te zijn dat gevoel (emotie) en verstand (cognitie) weer met elkaar in balans komen. Het is van groot belang aandacht te besteden in de begeleiding aan irreële schuldgevoelens. Het is eveneens gebleken dat indien er aandacht besteed wordt in de begeleiding aan het stellen van persoonlijke doelen (persoonlijk statuut) dat er een geringere kans is dat er een recidief optreedt. Naast individuele begeleiding is intervisie en/of intercollegiale ondersteuning van groot belang bij de preventie van EES. Het behandelen van dit beeld met slaapmedicatie en/of antidepressiva is uit den boze. Het domein van behandeling is bij uitstek de sociale geneeskunde (Arbeid en Gezondheid): Therapie en begeleiding dient dan ook in een interdisciplinaire sociaal geneeskundige setting gegeven te worden.

UCL = Utrechtse Coping Lijst
1999 Ref. dr. MMA de Valk, bedrijfsarts


| bovenkant pagina |